Je kent het misschien wel: Je koopt een tof budgetdoosje aquarelverf want het kriebelt al langer om te schilderen. En voor dat geld kan je het toch niet laten liggen hé…

Je begint vol goede moed te schilderen maar dan:

  • Je krijgt de kleur niet intens, zelfs niet met 3 lagen
  • Kleuren mengen geeft meteen fletse ‘vuile’ resultaten
  • Je moet ontzettend trekken en sleuren om de verf een beetje egaal verdeeld te krijgen

Dat magische aquarelgevoel met vloeiende en heldere kleurverlopen blijkt heel ver weg. En natuurlijk denk je dan: ‘Oké, blijkbaar is aquarel niks voor mij’. Zo zonde natuurlijk! Het ligt nl. waarschijnlijk niet aan jouw techniek; het ligt aan het materiaal dat je gebruikt. Wat betreft kwalitatieve aquarelverf is het bvb. heel belangrijk welk ingrediënt er gebruikt wordt om voor de kleur te zorgen. Dit kan ofwel pigment zijn, ofwel kleurstof (dye).

In dit artikel leg ik je superhelder uit:

  • Wat pigmenten zijn (en waarom ze zo goed werken bij aquarel)
  • Wat kleurstoffen zijn (en waarom ze zich anders gedragen in water)
  • Waar kleurstoffen vooral voor gebruikt worden
  • Hoe jij in de winkel meteen goede aquarelverf spot


WAT ZIT ER IN ‘GOEDE’ AQUARELVERF?

Klassieke aquarelverf bestaat in de basis uit:

  • Pigment = Het kleurgevende ingrediënt
  • Arabische gom (Gummi Arabicum) = Een bindmiddel
  • Eventueel kleine hoeveelheden additieven zoals bevochtigers en conserveermiddellen (afhankelijk van het merk)

PIGMENT

Pigmenten zijn vaste - vrij grote - deeltjes, die dispergeren in water. Dit wil zeggen dat ze er niet in oplossen. Ze worden gelijkmatig in de vloeistof verdeeld maar zonder zich aan de watermoleculen te binden. Voor die gelijkmatige verdeling, hebben ze een beetje ‘hulp’ nodig en dit via het bindmiddel Arabische gom. Pigmenten kan je ze zien als héél fijn ‘kleurstofzand’ dat in het water rondzweeft. De deeltjes blijven intact en zullen na een tijdje ook terug neerdwarrelen in het water. Check maar eens de bodem van je potten met spoelwater!

Kwalitatief pigment zorgt voor:

  • Hoge kleurkracht (tinting strength): Weinig verf geeft toch een explosie van kleur.
  • Transparante gloed: Het papier schemert door de verflagen heen en weerkaatst het licht. Dit zorgt voor de heldere en stralende kleuren, zo typisch voor aquarel.
  • Goede lichtechtheid: Veel pigmenten bij kwaliteitsverf zijn erg stabiel onder zonlicht. Dat betekent dat ze niet zullen verbleken, ook niet als ze langere tijd aan daglicht worden blootgesteld.
  • Voorspelbaarder menggedrag: Zeker bij single pigment kleuren is dit het geval. Jouw typische kleurmixen lukken iedere keer opnieuw, ook als je een nieuw napje verf van dezelfde kleur aanschaft. Je kan gewoon je standaard mengreceptje volgen, i.p.v. weer opnieuw te moeten gaan experimenteren.
  • Granulatie: Sommige pigmenten hebben de neiging om (ondanks het bindmiddel) toch heel snel terug samen te klonteren in het water. Dit geeft een heel typische en herkenbare ‘korrel’ of ‘grain’ zoals bvb. bij Ultramarijn. Terwijl het water op het papier opdroogt, zie je het pigment zich al terug groeperen. Sommige mensen ergeren zich aan dit effect; ik vind het prachtig!

Pigmenten kunnen zowel organisch van oorsprong zijn (dierlijk of plantaardig) maar kunnen ook afkomstig zijn van mineralen (anorganisch).

Anorganische pigmenten bestaan meestal uit oxides van metalen. Bekende voorbeelden zijn de aardkleuren Umber, Yellow Ocre, Red Ocre en Raw Sienna. De cadmiumpigmenten hebben dan weer kleuren die lopen van geel, oranje en rood naar kastanjebruin. Cadmiumpigment heeft een enorme kleurkracht, is goed lichtecht maar ook erg giftig. Tegenwoordig vind je daarom bij veel merken rood- en geeltinten specifiek zonder Cadmium. Ook Kobaltblauw, Titaanwit en Zinkwit worden gewonnen uit oxides.

Organische pigmenten bevatten koolstofverbindingen want ze zijn van dierlijke of plantaardige oorsprong. Denk bvb. aan Sepia dat gemaakt wordt van de bruine vloeistof uit de inktzak van de zeekat (inktvissoort). Kraplakrood, Turks Rood of Alizarine maar ook Purpurine komen voort uit de wortels van de meekrapplant, ook wel mee of mede genoemd. Purper wordt tevens gehaald uit Purperslakken, die o.a. in de Noordzee leven. Karmijnrood komt van een soort schildluis, de Cochenilleluis. Deze parasiet leeft op Opuntia cactussen. Karmozijnrood dan weer, wordt gemaakt van de Oosterse Karmozijnbes. Mijn lievelingspigment Indigo komt van de bladeren van de Indigofera plant en wordt bvb. ook gebruikt om denim te kleuren. En om goed te eindigen: Indisch Geel wordt gemaakt van de urine van koeien...

Je kijkt vanaf nu heel anders naar je doosje aquarelverf. Dat garandeer ik je!

ARABISCHE GOM

Gummi Arabicum is een natuurlijke, wateroplosbare gom die wordt gewonnen uit het sap van bepaalde bomen uit de Acacia-soort. Het wordt al duizenden jaren toegepast in kunst en geschriften. De oude Egyptenaren gebruikten het in de verf voor hun muurschilderingen en om illustraties te maken op hun papyrus manuscripten.

De veelzijdige gom (geen hars in theorie) wordt vandaag de dag echter niet alleen gebruikt in de kunstwereld maar ook in voeding, cosmetica en de farmaceutische industrie. Dit dankzij zijn kleefkracht, verdikkende en emulgerende eigenschappen (homogene menging van verschillende stoffen).

In aquarelverf heeft gum Arabic verschillende taken:

  • Pigmentbinder: Arabische gom zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes zich verspreiden in het water en dat ze zich hechten aan elkaar en aan het schilderoppervlak. Zonder dit bindmiddel zou het pigment loskomen van het papier en na het drogen afschilferen. De kleur ligt dus als het ware bovenop het papier en trekt minder in de vezels ervan. Dit geeft super heldere kleuren en maakt dat je de verf vaak nog (gedeeltelijk) terug van het papier kan liften. Heel handig als je een foutje hebt gemaakt of als je bepaalde gebieden wil oplichten!
  • Transparantie en helderheid: In tegenstelling tot synthetische bindmiddelen versterkt Arabische gom de natuurlijke transparantie van aquarelverf. Het laat licht door de verflagen heen schijnen en weerkaatsen via het papier. Dit zorgt voor die typische heldere aquarel ‘glow’.
  • Vloei en controle: Arabische gom reguleert de vloei van water en pigment op het papier en zorgt ervoor dat je verflagen minder snel drogen. Je kan de kleuren gemakkelijker in elkaar laten overvloeien en krijgt veel egalere resultaten.
  • Layering: Dankzij de gom droogt aquarelverf op tot een stabiele maar herwerkbare en opnieuw activeerbare laag. Zo kan je meerdere transparante lagen over elkaar aanbrengen (glazing) zonder de onderliggende wassingen te verstoren.


MAAR WAT ZIJN DAN KLEURSTOFFEN?

In verhouding tot pigment, zijn kleurstofdeeltjes sowieso al veel kleiner dan pigmentdeeltjes. Ze lossen wèl op in een vloeistof en blijven in die staat. Ze gaan niet - zoals pigmenten - na een tijdje terug neerslaan in het water. Ze vormen een permanente binding met de vloeistof. Dit maakt dat je met kleurstoffen in eerste instantie al niet die typische pigment-effecten zoals granulatie kan verkrijgen.

Vaste gedispergeerde deeltjes veroorzaken (zelfs bij transparante pigmenten) meer lichtverstrooiing dan een echte oplossing. Meer verstrooiing van het licht betekent optisch iets sneller een minder pure kleurintensiteit. Kleurstoffen krijgen om die reden, vaak de eigenschap toebedeeld enorm helder en levendig te zijn met een heel hoge kleursaturatie. Pigmenten zouden snel wat minder fel en intens ogen (een lagere chroma in de kleurenleer). Dit is echter relatief want er zijn zeker pigmentfamilies zoals bvb. de Quinacridones en de Phtalo-tinten, die berucht zijn om hun knallende kleurkracht. Om te stellen dat kleurstoffen ‘fel’ zijn van kleur en pigmenten eerder ‘dof’, gaat dus iets te kort door de bocht. Maar het is wel een feit dat kleurstoffen meestal staan voor pure explosieve kleuren.

Kleurstoffen hechten zich op moleculair niveau niet alleen aan de vloeistof waarin ze zijn opgelost maar ook aan de ondergrond, waarop ze worden aangebracht. Wanneer een dye mooi gelijkmatig in (de bovenlaag van) het papier trekt, kan dat een heel zuivere, heldere kleurindruk geven. Trekt de kleur echter dieper in de vezels, wordt er minder licht teruggekaatst aan het oppervlak en kan de kleur snel dof of dood ogen. Dit ga je bij pigmenten sowieso nooit hebben, omdat ze via het bindmiddel op hun plek gehouden worden bovenop het papier.

Tot slot zijn kleurstoffen vaak een stuk minder lichtecht dan pigmenten. Je hebt meer kans op vervagen en verbleken onder invloed van UV-licht.


WAT DOET DIT AAN DE PRIJS?

Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen maar pigmenten zijn over het algemeen duurder dan kleurstoffen. Ze vragen intensievere processen om ze te winnen uit hun natuurlijke bronnen en ze te verwerken tot bruikbare kleurpoeders (malen, zuiveren,…). Veel kleurstoffen zijn synthetisch aan te maken (in een labo) en goedkoper te produceren.

Pigmenten hebben een bindmiddel nodig om zich te hechten, wat een extra stap en extra kosten in de productie met zich meebrengt. Kleurstoffen lossen op en hechten zich direct aan vezels of een medium. Productieprocessen waarbij kleurstoffen gebruikt worden, zijn vaak eenvoudiger en efficiënter.

Sommige natuurlijke pigmenten zijn zeldzaam en moeilijk te vinden. Denk bvb. aan de halfedelsteen Lapis Lazuli voor het maken van Ultramarijn, historisch gezien een extreem duur pigment. Het was enkel weggelegd voor de ‘happy few’ om stoffen te dragen, die hiermee gekleurd waren. Daar komt dan ook de benaming ‘koningsblauw’ vandaan: Enkel royalty had geld genoeg om zich dit te veroorloven.

Tegenwoordig worden veel biologische pigmenten wel synthetisch geproduceerd. Dit houdt in dat de chemische structuur van de plantaardige of dierlijke pigmenten in het labo wordt nagebootst, wat leidt tot stabielere, schaalbare en kosteneffectievere alternatieven.

Kwalitatieve pigmenten gaan er prat op een zo constitent mogelijke samenstelling te hebben - ook bij verschillende productie-batches - en dienen een hoge lichtechtheid te garanderen. Ze moeten voldoen aan allerlei kwaliteitsnormen en doorlopen verschillende testprocedures. Ook dit brengt extra kosten met zich mee, die uiteraard doorgerekend worden in de prijs.


WAAROM BUDGETVERF VOOR FRUSTRATIE ZORGT

Je kan het waarschijnlijk nu wel al raden: Veel hobbysetjes bevatten kleurstoffen i.p.v. pigmenten. Ze zijn gemaakt om goedkoop te produceren en fel te ogen in het doosje, niet om zich als échte aquarelverf te gedragen. Aquarel draait immers om controle over een fragiel evenwicht: Water, pigment en timing. Als je verf zich onvoorspelbaar gedraagt, wordt leren aquarelleren dubbel zo moeilijk. De kwaliteit van het papier e.d. speelt uiteraard ook mee, maar dat is een blog voor een andere dag…😉

Goedkopere verf heeft meestal ook veel minder kleurkracht, waardoor je sneller de neiging hebt om te ‘overwerken’. De kleurintensiteit is niet zoals je wilt, je zet laagjes bij en slaat aan het prutsen. Je verliest de spontane kleurhelderheid zo typisch voor aquarel en als je met slecht papier werkt, loop je ook nog eens het risico dat je dit gaat beschadigen.

En nog het ergste: Stel, het je toch lukt om iets deftigs tevoorschijn getoverd te krijgen en vol trots kader je je werkje in en hang je het aan de muur, om dan na een paar weken te merken, dat de kleuren compleet vervaagd zijn en je harde werk helemaal voor niets was…

Je snapt het al: Hier wordt je allemaal niet heel erg blij van. Plots is dat goedkope setje van €3, iets dat je voor dat geld beter wèl had laten liggen.

NUANCE

De conclusie uit dit hele verhaal moet niet zijn dat kleurstoffen per definitie ‘slecht’ zijn. In de juiste context hebben ze absoluut hun nut. Denk daarbij aan het verven van textiel , het gebruik in inkt omwille van helderheid en vloei (printerinkt, markers, vulpennen), kleurstoffen in voeding & dranken maar ook in cosmetica en haarverf.

Maar wil je de èchte magie van aquarel ontdekken én dat je werk mooi blijft ook na een lange tijd, dan zou pigmentverf toch wel je go-to moeten zijn. Voor schetsboeken waarbij je werkjes niet worden blootgesteld aan de zon of hobbyprojecten waar duurzaamheid geen prioriteit is, kunnen dye-based kleuren wel gewoon perfect zijn.

PRAKTISCHE MINI-THUIS-TEST

Heb je al een setje aquarelverf en twijfel je over de samenstelling? Doe dan deze kleine test:

  • Zet dezelfde kleur op 2 afzonderlijke strookjes papier
  • Hang het eerste strookje in de zon/aan een raam. Het tweede strookje bewaar je op een donkere plaats (in een lade of tussen een schetsboek).
  • Leg na 2 - 4 weken de stukjes papier naast elkaar.

Is er duidelijk verschil en is het aan licht blootgestelde staaltje erg verbleekt? Dan is de lichtechtheid twijfelachtig en krijg je meteen al een indicatie dat het kleurend ingrediënt waarschijnlijk kleurstoffen zijn. En dit kan dan ook meteen een verklaring zijn, waarom je die typische aquareleffecten maar niet op papier krijgt.


HOE HERKEN JE GOEDE AQUARELVERF IN DE WINKEL?

Een zijn een aantal zaken waar je op kan letten bij de aankoop van aquarelverf om te checken of je iets met goed pigment in handen hebt.

CHECK 1 - PIGMENTCODES

Bij betere merken zie je codes zoals:

  • PB29 (Pigment Blue 29 = Ultramarine)
  • PR122 (Pigment Red 122 = Quinacridone Magenta)
  • PY150 (Pigment Yellow 150 = Nickel Azo Yellow)

Dat is een sterk signaal dat het om echte pigmentformuleringen gaat. Bij mengkleuren zie je soms meerdere codes staan - dit van de originele startkleuren gebruikt voor de mix.

CHECK 2 - LIGHTFASTNESS

Als een merk moeite doet om data i.v.m. lichtvastheid te communiceren, zit je bijna zeker in artist/student grade territory. Sommige merken werken met Romeinse cijfers I/II/III/IV op de tubetjes of napjes (US/UK-systeem - ASTM), waarbij I het meest lichtvast is. Een aanduiding met sterretjes van 1 tot 5 ⭐ kan ook (EU-systeem - dikwijls Blue Wool-based), met 5 als beste ranking.

Sommige merken communiceren niet enkel over lightfastness maar gaan nog ruimer met het begrip ‘permanence’ (duurzaamheid in de tijd), waarbij - naast licht - atmosfeer, bindmiddelgedrag enz. ook meespelen. De lichtvastheid is dan slechts een onderdeel van het gedrag dat ze testen.

CHECK 3 - TAALGEBRUIK

Woorden zoals dye, kleurstof, fugitive (vluchtig), not lightfast,… zeggen veel. Niet elk merk zet dit groot op de doos (natuurlijk willen ze niet de indruk wekken dat ze geen topspul verkopen), maar als je dergelijke bewoordingen ziet weet je het in ieder geval heel zeker.

Of het geheel ontbreken van dit soort termen, kan ook een indicatie zijn. Degelijke merken maken geen geheim van hun ingrediënten; ze hoeven geen info te verbloemen of te verzwijgen omdat die wijst op mindere kwaliteit. Dus als je helemaal geen data vindt over pigment of lichtechtheid, zegt dit dikwijls ook al genoeg.

CHECK 4 - PRIJS

Het is al aangehaald maar ook de prijs van een aquarelsetje kan een indicatie zijn voor de kwaliteit. Voor een doosje met 10/12 napjes verf, zou je minimum toch een €15-25 kwijt zijn, tenzij je het natuurlijk net met serieuze korting op de kop hebt kunnen tikken. Een paletje verf met een prijs van onder de €10, geeft meestal meteen al aan dat het niet veel soeps zal zijn jammer genoeg…


KOOP SLIM - NIET GOEDKOOP

Goede aquarelverf is niet goedkoop maar heeft wel een ontzettend hoge kleurkracht. ‘A little goes a long way’: Slechts met een klein beetje verf, bereik je al de mooiste resultaten. Dit maakt dat je met een duurdere doos ook wel heel erg lang toekomt. Schilder je slechts af en toe, kan dit zelfs een aankoop van 1x in je leven zijn. Kwalitatieve merken bieden tevens navullingen aan in de vorm van losse napjes of tubes verf. Dus mocht een kleurtje toch op geraken, kan je het altijd aanvullen.

Die eenmalige investering bespaart je ook een hele hoop frustratie en geld (raar maar waar). Want wat ben je met 5 slechte budgetdoosjes, die uiteindelijk in de kast belanden omdat ze niet doen wat je wil. Je bent dan alles samen soms nog meer geld kwijt, als je de kost van al die goedkope draken bij elkaar optelt. En dan is het pas ècht zonde van het geld, voor iets wat je totaal niet gebruikt.

Je aquareldoos met kwaliteitsverfjes hoeft er ook niet meteen ééntje van 60 kleuren te zijn. Een basispalet van 8 - 12 kleurtjes is al meer dan voldoende om te starten. Bovendien leer je op die manier ook echt goed kleuren mengen, een essentiële skill om stappen te zetten in je niveau van schilderen. Mocht je merken dat je bepaalde kleurmengsels veel gebruikt, zou je op termijn kunnen opteren om die al voorgemengd aan te kopen om wat tijd te besparen. Maar eerst maar eens even testen of aquarel je ligt, vooraleer je je kleurenpalet gaat uitbreiden.

In mijn workshops gebruik ik steevast de Winsor & Newton Cotman verfjes van studentenkwaliteit. Je kan het merk aankopen als losse kleurtjes maar ook in heel wat samengestelde setjes. Dit paletje (affiliate link) is bvb. al een goed begin. Student grade van een bekend kunstenaarsmerk is sowieso altijd een top startpunt: Betaalbaar én goed gedrag!

Voor aquarelverf in professionele artist grade kwaliteit is Daniel Smith mijn absolute favoriet! Deze verf koop je meestal in tubes maar ook zij hebben wel enkel sets beschikbaar met halve pans. Een tip is om hun stalenkaart of dot card aan te kopen. Deze bevat een overzicht van al hun kleuren (266 !!!) in de vorm van een klein dotje verf (vandaar de naam), dat op een papierkaart gedroogd is. Je kan dit staaltje verf activeren met water en er dus gewoon mee aan het schilderen gaan! Zo kan je testen voor welke kleurtjes je de investering wil aangaan om ze in een grotere tube aan te kopen.

Ik ben er bijna zeker van, dat je met dit artikel vanaf nu gewapend bent om zelf goed te kunnen inschatten of je een setje degelijke aquarelverf voor je hebt.

En denk eraan als je met een leuk doosje verf van €3 in je handen staat: Koop slim - niet goedkoop!


Liefs,

Vicky x